MBO 1-2 Nordwin College Buitenpost bezocht Oostenrijk en Slowakije

‘Boer wêze is in gefoel’

De afgelopen maanden kon je geen krant openslaan of het ging over boeren. Het duo Kommer & Kwel domineerde de kolommen en je vroeg je af wie er in de toekomst nog werkzaam wil zijn in een sector die al enige tijd dienst doet als Hofstedelijke kop van Jut. Nou, in elk geval de 27 (oud)leerlingen van Nordwin College Buitenpost. ‘Boer wéze,’ zo leerden we tijdens de trip die zij samen met hun leraren, begeleiders van schoolmaatschappelijk werk Stipe en relaties van stagebedrijven naar Oostenrijk en Slowakije maakten, ‘is in gefoel.’

Door: Paul Peijnenburg

Piratenliedjes, snoeiharde boerenrock en metal. Als je al niet wakker bent van de Red Bull of je zelf meegebrachte koffie, dan word je het wel door de muziek. Het is maandagochtend, we rijden ter hoogte van Apeldoorn en zijn sinds kwart voor negen op weg naar Eindhoven waar een vliegtuig van Lauda Motion ons naar Wenen zal vliegen. ‘Daar gaat Gaston,’ horen we iemand achterin de bus roepen. Alle koppen draaien naar links, en verdomd, daar gaat de populaire prijzenman in het huisstijlkleurenbusje van de postcodeloterij, op weg naar gelukkige winnaars. Hij wuift ons vriendelijk toe.
Ik kijk nog eens op mijn mobieltje. In de groepsapp, die reisleider en docent Ger Wiersma, heeft aangemaakt, sla ik het reisprogramma er nog eens op na. Vandaag is het louter kilometers vreten. Eerst per bus naar Eindhoven. Dan met het vliegtuig naar de hoofdstad van Oostenrijk en vervolgens in vier busjes naar Salzburg. Daar in de buurt zullen we morgen het KTM-museum in Mattighoven bezoeken en een rondleiding krijgen in de Case IH-tractorfabriek te Sankt Valentin. Op woensdag staat een bezoek aan de melkveehouderij Farma Majcichov en een trip naar het akkerbouwbedrijf van de gebroeders Richard en Mathijs Knol in de buurt van Bratislava op het programma. Donderdag wordt de drukste dag met bezoeken aan een biologische akkerbouwer, een akkerbouwer voor bewaring en koeling van uien, een bierbrouwerij en het Hard Rock Cafe. Voordat we op vrijdag om twee uur weer terugvliegen mogen we een ochtend vrij besteden in de stad van de Wiener Walz. Maar dat ligt nog in het verschiet. Eerst maar eens zorgen dat we heelhuids in Eindhoven aankomen…

Mijlpaal
Het is maandagvond, een uur of tien. Zojuist hebben we gegeten en gedronken in een Turkse pizzeria. De ene helft bestelde de huisspecialiteit of pasta, de andere Wiener Schnitzel met patat. Als iedereen het diner achter de kiezen heeft staat Ger Wiersma op van het tafeltje dat hij tijdens de maaltijd deelde met teamleider Marco van Veen en mededocenten Dorien Aarts en Auke Graafstra en heet het gezelschap van harte welkom. Tijdens zijn woordje staat hij even stil bij een bijzondere mijlpaal. Een van de deelnemers aan deze schoolreis immers, gaat al voor de tiende keer mee. Loonwerker Andries Sikkema is weliswaar al enige tijd van school af, maar toch weer van de partij. Met het Nordwin College bezocht hij inmiddels o.a. Finland, Noorwegen, Tsjechië, Roemenië, Polen,  Berlijn en dit jaar Oostenrijk en Slowakije. Op de vraag waarom hij opnieuw meereist antwoordt hij kortweg: ‘Ik vind het gewoon mooi.’

De avond erop, aan een tafel in het eetzaaltje van een Weens hotel is hij een stuk spraakzamer. Met passie praat Andries over zijn job als loonwerker en laat op zijn mobieltje trots talloze foto’s zien van de trekker waarmee hij dagelijks het land bewerkt. We zien de blauwe New Holland van 260 pk met Andries aan het machtige stuur voorbijkomen in elke mogelijke combinatie; dan weer met ploeg, dan weer met zaaimachine, dan weer met eg of balenpers. Wat vindt hij eigenlijk van zijn werk? ‘Mooi’, is opnieuw het antwoord. Na enig doorvragen blijken zaken als het machtige stuk techniek onder zijn kont, de prachtige vergezichten die het Friese en Groningse landschap bieden, de solitaire aard van het beroep, de rust en vrijheid die hij ervaart en het resultaat van al zijn inspanningen of een mooie oogst, ten grondslag te liggen aan de liefde voor zijn vak. Stress ervaart hij eigenlijk alleen als er  tijdens het hooien achter hem de lucht donkerder wordt en er buien dreigen. Dan ligt rot op de loer als je niet heel snel opschiet. Maar de zorg die de sector heeft over de ontwikkelingen in het boerenbedrijf, houden hem niet echt uit zijn slaap. ‘Het ziet er weliswaar best somber uit als er niets veranderen. Maar ik denk er liever niet over na. Dit werk is het werk wat ik kan en het werk wat ik wil doen. Met mezelf druk maken schiet niemand wat op. Ik zie het allemaal wel.’

Verantwoordelijkheid nemen
‘Hoe kijk je terug op je opleiding?’ vragen we hem. ‘Ik ben,’ antwoordt hij, ‘nu zo’n twee jaar van school. Als ik terugkijk moet ik zeggen dat er van de theorie niet heel veel is blijven hangen. De praktijk is veel leerzamer.’ Dit neemt niet weg dat Andries zich de periode op het Nordwin College met veel plezier herinnert. Zeker de talloze keren dat de studieboeken in zijn tas konden blijven en hij er samen met zijn klasgenoten en met meneer Wiersma of meneer Graafstra op uit trok: ‘Eigenlijk wat we hier in Oostenrijk en Slowakije ook doen. Rondkijken op bedrijven. Zien hoe het er in de praktijk aan toe gaat, met welk materieel ze er het land bewerken, hoe je uit de buien blijft, hoe je het land bewerkt kortom. Heel erg leerzaam.’

Niet voor niets is de leus van de school Leren door te ervaren en te beleven. Teamleider Marco van Veen: ‘Wij zijn meer coach dan leraar. We zeggen onze leerlingen niet wat ze moeten doen, maar staan naast hen, helpen hen zelf keuzes te maken en verantwoordelijkheden te nemen. Dat die visie werkt blijkt dagelijks. En hoewel het soms best wel eens mis gaat, krijgen we van veel bedrijven waar onze leerlingen stage lopen te horen dat ze erg betrokken zijn bij het werk. En dat is niet omdat ze daarover gelezen hebben, maar omdat onze opleiding ze vrijwel elke dag met twee benen in de praktijk zet. Je moet je serieus afvragen of de theoretische uren die daarbovenop komen, de zogeheten bot-uren (begeleide onderwijstijd, red.) waarin zaken als taal, rekenen en burgerschap behandeld worden in deze vorm nog zinvol zijn. Tot op heden staan die uren bij ons voor maandag en dinsdag. Dat is voor onze studenten de langste dag. Dat heb je ook al van een aantal mensen gehoord, begrijp ik. Als je wilt dat de kennis ook na de opleiding beklijft, zullen we die anders aan moeten bieden. Op momenten dat het onze leerlingen past bijvoorbeeld en in het tempo dat ze zelf verkiezen. Volgens mij is dat ook de school van de toekomst. Stel een doel en koppel daar een tijdstip aan. Laat leerlingen vervolgens zelf uitmaken langs welke weg en in welk tempo ze dat willen bereiken. Te kras; hoezo? Zeker onze leerlingen bewijzen keer op keer dat ze die verantwoordelijkheid aan kunnen. Ze werken niet omdat ze móeten, maar omdat ze wíllen.’

Gelikt
Dinsdagochtend. Op een ontbijt van Kaffee, Kuchen und Kaiserbrötchen nemen we plaats in de busjes die ons van het hotel naar de KTM Experience, een kleine veertig kilometer verderop zullen brengen. In twee groepen leiden enthousiaste gidsen ons door het roemrijke verleden van dit Oostenrijkse motorenmerk. We zien opengewerkte motorblokken, prototypen, rariteiten en echte racemonsters. Natuurlijk staan ook her en der productiemotoren. Op een aantal daarvan mogen we zelfs plaatsnemen. Vrijwel niemand laat dat buitenkansje onbenut. Hoogtepunt is een gelikte videopresentatie die je, of je wilt of niet, helemaal onderdompelt in de racehistorie van Kraftfahrzeuge Trunkenpolz Mattighofen. Geluncht wordt even later uit het vuistje. Want van een luxereisje kan geen sprake zijn. ‘Iedereen,’ zegt Ger Wiersma, ‘moet de gelegenheid krijgen om minimaal een keer in zijn schoolleven bij ons mee te kunnen naar het buitenland. Daarom willen we de reissom zo laag mogelijk houden. Dit betekent dus ook dat je af en toe de Lidl induikt om voor zesendertig man broodjes en beleg te halen. Maar daar zul je verder niemand over horen.’ Om mee op reis te kunnen moet vooraf 295 euro door de leerling worden afgetikt. Dit bedrag is inclusief alles: van vlucht tot hotelovernachtingen, van ontbijt, lunch en avondeten, tot de zeven bedrijfsbezoeken en het afsluitende diner in het Weense Hard Rock Cafe.’

Meiden
Ook het bezoek aan tractorfabriek Case IH, de firma die ook de zustermerken Steyr en New Holland maakt, is de moeite waard. De rondleiding (mogelijk gemaakt door Demmink Mechanisatie), voert door de fabriek waar door 600 man dagelijks 56 trekkers vervaardigd worden. De mevrouw die ons rondleidt heeft het over zelfsturende teams, een leven lang leren en perfectie die voortvloeit uit passie. Waar dat allemaal toe kan leiden kunnen we zien in de ontvangstruimte waar een prototype van met 380 pk en héél hoog, breed en lang staat opgesteld. Je kunt er zelfs in, en de sleutel steekt nota bene. Jappie Douma, een oud-leerling is de eerste die dat doorheeft. Hij heeft nog nèt niet het lef om het gevaarte te starten maar verder probeert hij alles uit: het licht, de stoelverstelling, de computer en uiteindelijk (Jappie zou Jappie niet zijn) de claxon. Docent Auke Graafstra staat erbij te kijken en lacht: ‘Leren door te ervaren en te beleven, nietwaar?’ Na afloop van de tour vraag ik Keimpe Veenstra, in wiens bedrijf leerlingen van het Nordwin College regelmatig stage lopen, wat hij ervan vond. ‘Interessant. Wij hebben ook een paar trekkers van dit merk rondrijden. Mooi om nu ook eens gezien te hebben waar die apparaten gebouwd worden.’

Evelien de Vries is een van de vrouwelijke studenten. Het valt op dat ze de tractoren met bijzondere aandacht bekijkt. Later blijkt waarom: ‘Ik vind het boerenleven prachtig. Mijn vader is loonwerker. In mijn vrije tijd help ik hem vaak. Of het wat uitmaakt dat ik vrouw ben? Welnee, dat maakt het werk alleen maar spannender. Je moet die kerels eens zien kijken als ik van de trekker stap en ze zien wat ik die ochtend allemaal gedaan heb. Dan ben je al snel een van de jongens hoor.’ Zelf heeft ze een paar jaar geleden ook een trekkertje gekocht. Helemaal opgeknapt, alles schoon gestraald en opnieuw in de lak gezet. Nu ziet het ding eruit om door een ringetje te halen. Het is haar grote trots. Ze laat foto’s zien en zegt: ‘Natuurlijk word ik later ook boerin. Maar dan wel in de biologische richting, want het moet ook voor de generaties na ons leefbaar blijven, nietwaar?’

De dag erop gaan we in alle vroegte op pad naar Farma Majcichov. Dit bedrijf cultiveert 5700 hectare bouwland, bezit 3300 koeien, produceert jaarlijks ongeveer 33 miljoen liter melk per en biedt werk aan 180 medewerkers. Manager Marian leidt ons langs de stallen, de melkcarrousel, de enorme bunker waar het voer gemixt wordt en de gierlagune. Samen met Henk-Jan Sikma van Stipe loop ik naast Tom van Zuthem een eerstejaars-leerling MBO, niveau 2. Ik hoor Henk-Jan vragen waarom Tom mee is. ‘Ik had nog nooit gevlogen,’ krijgt hij te horen. ‘En natuurlijk vanwege dat bezoek aan Case IH. Ik ben helemaal gek van techniek, wil daar alles van weten. Maar ook hier, op deze boerderij, kijk ik mijn ogen uit. Groot, hè? Zo groot zie je het in Nederland niet. Het grootste bedrijf bij ons heeft geloof ik maar 2500 koeien.’

Pionieren
‘s Middags zijn we te gast bij de gebroeders Knol, twee Groningers die met het geld dat het boerenbedrijf van vader opbracht sinds juni in Slowakije iets nieuws zijn begonnen op 1085 hectare grond. Het is er nu nog een bende. De opstallen van het voormalige staatsbedrijf zijn compleet uitgewoond, en het erf is een waar oudijzerkerkhof. ‘Hier ligt een uitdaging,’ oppert een leerling. Het kan vanmiddag in het Nederlands. ‘Binnen twee jaar,’ antwoordt een van de broers die ons alles laat zien, ‘moet je hier nog eens komen. Dan hebben we hier een bloeiend bedrijf staan. Daarvoor moet natuurlijk nog wel wat gebeuren. De kennis en vaardigheden van het personeel moeten beter. Bovendien willen we de opbrengsten van de gewassen die we hier verbouwen, verhogen. Dit denken we te bereiken door te investeren in de teelt en verbeteren van de mechanisatie. Door herstructurering van het erf willen we de bewaarcapaciteit vergroten en efficiënter verwerken en verpakken. Maar vooralsnog is het tegenslagen overwinnen. We hebben hier al te maken gehad met kapotte machines, een muizenplaag, landdiefstal en zelfs een arrestatie van een personeelslid die nog een paar maandjes ‘brommen’ tegoed had. Eigenlijk zijn we nog wat aan het pionieren.’
’s Avonds gaan letterlijk alle remmen los op de kartbaan van Bratislava. Femme Weening moet daarbij, op een paar honderdsten van een seconde, de eer laten aan Dennis Hollenga. 

De voorlaatste dag is georganiseerd door Bouwe Hoekstra. Op zijn bedrijf Hoekstra Flowers zijn stagiaires van Nordwin College Buitenpost kind aan huis. Het programma is interessant. Bouwe heeft een relatie, de in Oostenrijk gevestigde agrarisch adviseur Bauke Schreuder bereid gevonden ons een rondleiding door de hallen en de winkel van een biologische boer, een akkerbouwbedrijf en een Storchenbräu bierbrouwerij. De dag wordt afgetopt met een bezoek aan het Hard Rock Cafe in hartje Wenen. Voordat we de dag erop om twee uur ’s middags terugvliegen naar Nederland, krijgen we twee uur de tijd om de stad te bekijken. Een groepje trekt erop uit, een ander groepje blijft achter en steekt peuken op in het stadspark.

Als we een vlucht en een busrit later om negen uur arriveren in Buitenpost is iedereen erover eens. Ook dit was weer een reisje om niet te vergeten. Of, om student Klaas Dijkman in de groepsapp te citeren: ‘Superwieke hoarn; bedankt.’

Terug